6. Werkloosheidswet

Het kabinet en de werkgevers- en werknemersorganisaties hebben afgesproken dat de WW verandert.

Het wordt voor WW-ers aantrekkelijker om met een WW-uitkering in lager betaald werk aan de slag te gaan. UWV gaat -in plaats van de gewerkte uren- de inkomsten die met werken worden verdiend verrekenen. WW-ers zullen sneller werk moeten accepteren dat niet aansluit bij ervaring en opleiding. De berekening van de hoogte van de WW-uitkering verandert en de voorwaarden voor de dagloongarantieregeling wijzigen.

De gewijzigde WW regels zijn ingegaan op 1 juli 2015. Ze gelden voor medewerkers die op of na 1 juli 2015 de WW instromen. Voor mensen die vóór 1 juli 2015 al een WW-uitkering ontvangen geldt dat wanneer de hoogte van de uitkering op of na 1 juli niet verandert er verder ook niets verandert.

Berekening dagloon WW

De berekening van het dagloon van de WW-uitkering veranderd. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van de WW-uitkering. 

Het dagloon is de basis voor de berekening van de WW-uitkering. Voor het berekenen van het dagloon kijkt UWV vanaf 1 juli 2015 naar het loon dat men verdiende in de periode 12 maanden voordat men werkloos werd. De eerste 2 maanden is de WW-uitkering 75% van het dagloon, vanaf de derde maand is dit 70%. Ook als dit loon bij verschillende werkgevers is verdiend of als dit loon is verdiend bij dezelfde werkgever met verschillende arbeidscontracten.

Per 1 december 2016 is de berekening van het WW dagloon aangepast. UWV berekent het dagloon op basis van het totaal verdiende sv-loon in het jaar voorafgaand aan de eerste WW dag en deelt dit door het aantal maanden waarin loon is ontvangen. Zo komt UWV tot een gemiddeld dagloon. Het maandloon is 21,75 x het dagloon. 21,75 is het aantal werkdagen in een maand.

Betaling WW uitkering

Vanaf 1 juli 2015 wordt de WW-uitkering 1 keer per maand achteraf betaald. Tot 1 juli 2015 wordt de WW-uitkering per 4 weken betaald. Voor WW-uitkeringen die zijn ingegaan vóór 1 juli 2015, blijft de betaling per 4 weken.

Inkomsten tijdens WW uitkering

Vanaf 1 juli 2015 vult de WW-uitkering het inkomen aan als men gaat werken voor een lager inkomen dan hun WW-maandloon. De hoogte van de WW-uitkering wordt vastgesteld door het verrekenen van inkomsten. De WW-uitkering stopt als de inkomsten uit werk per maand hoger zijn dan 87,5% van het WW-maandloon.

Na afloop van elke maand dienen de inkomsten te worden doorgegeven. Ook als er geen inkomsten zijn, heeft men de plicht dit te melden.

De WW-uitkering vult het inkomen aan als men gaat werken voor een lager inkomen dan hun WW-uitkering. Daarmee loont het altijd om vanuit een WW-uitkering weer aan het werk te gaan.

Heeft men een WW-uitkering en gaat men werken? En verdient men minder dan 87,5% van het WW-maandloon? Dan houdt UWV 70% van de inkomsten in op de WW-uitkering. Dat betekent dat men 30% van de inkomsten mag houden.

Heeft men een WW-uitkering en gaat men werken? En verdient men meer dan 87,5% van het WW-maandloon? Dan eindigt het recht op WW.

Een rekenvoorbeeld:

Stel, iemand verdiende € 2000 per maand voordat hij werkloos werd. Dat is het maandloon waarop de uitkering wordt gebaseerd. De WW-uitkering is 70% van het maandloon. Dat is € 1400. De persoon gaat weer aan het werk en verdient € 1000 per maand. Deze inkomsten worden afgetrokken van het maandloon waarop de uitkering werd berekend. Dus: € 2000 - € 1000. De uitkering wordt dan € 700. Dat is namelijk 70% van € 1000. Het totale inkomen wordt dan: € 1000 + € 700 = € 1700. Dat is € 300 meer dan wanneer deze persoon niet aan het werk was gegaan.

Passend werk

Vanaf 1 juli 2015 geldt dat na een half jaar WW alle banen als passend worden gezien. Dit betekent dat men als werkzoekende na 6 maanden ook moet solliciteren op banen met lager opleidings-, werk- en denkniveau. Als een werkgever iemand wil aannemen, dan moet men dit werk, met het salaris dat hierbij hoort, accepteren. Dit geldt ook als de reistijd langer is dan men gewend is of als het om werk gaat voor minder uur per week.

Garantieregeling

Het kan voorkomen dat iemand in dienst komt bij een werkgever en een lager inkomen verdient dan voor men werkloos werd (men wil namelijk voorkomen dat men werkloos raakt of blijft). Als men dan opnieuw werkloos wordt, geldt mogelijk de garantieregeling WW. Bij de garantieregeling, neemt UWV het oude, hogere inkomen als basis voor de WW-uitkering. De WW-uitkering is dan ook hoger. Er gelden twee garantieregelingen:

1. Voorwaarden garantieregeling van baan naar baan en daarna WW:

Is de werknemer van de ene werkgever in dienst gekomen bij een andere werkgever? Dan gelden de volgende voorwaarden voor de garantieregeling WW: 

  • Men heeft minimaal 1 jaar bij de vorige werkgever gewerkt;
  • Aansluitend op deze baan heeft men 1 of meer banen gehad en geen WW ontvangen;
  • Bij de laatste baan is men buiten eigen schuld ontslagen binnen 54 weken na het eerdere ontslag.

2. Voorwaarden garantieregeling als men vanuit de WW gaat werken:

Als men vanuit de WW aan de slag gaat bij een werkgever, gelden de volgende voorwaarden voor de garantieregeling:

  • Men heeft minimaal 1 jaar gewerkt in de oude baan, voordat men werkloos werd;
  • Uit deze baan had men recht op een WW-uitkering;
  • Men gaat in een nieuwe baan werken waardoor de WW-uitkering eindigt;
  • Men wordt ontslagen en heeft recht op een nieuwe uitkering;
  • Deze nieuwe uitkering start binnen 12 maanden na het begin van de vorige WW-uitkering.

Sollicitatieplicht tijdens WW

Als men een WW-uitkering krijgt, gelden er ook plichten, zoals een sollicitatieplicht. Ook als men naast de WW-uitkering een baan heeft. Hierop geldt een uitzondering; men heeft tijdelijk geen sollicitatieplicht als men hetzelfde aantal uren werkt als in de oude baan, als men meer werkt dan in de oude baan of als men 36 uur of meer werkt. Dit is maximaal 3 maanden, daarna geldt de sollicitatieplicht weer.

Werkloos vóór 1 juli 2015?

Als men werkloos is  vóór 1 juli 2015 en men krijgt WW, dan verandert er niets. Dan gelden dus ook nog altijd de oude regels, rechten en plichten. Men kan wel te maken krijgen met de nieuwe regels als de situatie verandert.

Wanneer wel de nieuwe regels?

Wanneer men een WW-uitkering heeft van vóór 1 juli 2015 en men vindt op of na 1 juli 2015 een volledige baan? Dan stopt de WW-uitkering. Als men dan op of na 1 juli 2015 opnieuw werkloos wordt, gelden de nieuwe regels van de Wwz misschien wel voor deze mensen. Als dat zo is, dan ontvangt men van UWV bericht met wat er voor hen verandert.

Heeft men van vóór 1 juli 2015 een WW-uitkering en een baan? En wordt men vanuit deze baan na 1 juli 2015 volledig werkloos? Of raakt men na deze datum voor meer uren werkloos? Dan geldt voor hen de nieuwe regels.

Voor de dagloongarantieregeling geldt; na 1 juli 2015 blijft aanspraak op de dagloongarantieregeling bestaan, maar veranderen de voorwaarden voor deze garantieregeling. Zodra er op of na 1 juli 2015 een nieuw recht op uitkering ontstaat, moet aan de nieuwe voorwaarden voor de dagloongarantieregeling worden voldaan. Dit geldt dus ook voor degenen die nu al een WW-uitkering hebben met een ingangsdatum van vóór 1 juli 2015 en vanaf 1 juli 2015 een nieuw recht op uitkering krijgen. De oude voorwaarden voor de dagloongarantieregeling komen dan te vervallen.

Per 1-1-2016.

De volgende wijzigingen aangaande de WW gelden per 1-1-2016:

  • De duur van de WW uitkering wordt korter. Wordt iemand op of na 1 januari 2016 werkloos? Dan heeft men minder lang recht op een WW-uitkering dan voor die periode. Volgens de regels die golden vóór 1 januari 2016 kreeg men maximaal 38 maanden een WW-uitkering. De maximale duur van de WW wordt vanaf 1 januari 2016 korter. Dit gaat in stappen. Ieder kwartaal gaat er een maand vanaf. Vanaf 1 april 2019 krijgt men nog maximaal 24 maanden een WW-uitkering. Werkgevers kunnen de WW-uitkering aanvullen tot maximaal 38 maanden. Werkgevers en werknemers kunnen dit afspreken in de cao.
  • Ook de opbouw van de WW verandert per 1 januari 2016. Als men werkt, bouwt men WW-rechten op. De eerste 10 jaar krijgt men voor elk gewerkt jaar een maand WW-recht. Als men na 10 jaar werkloos raakt, heeft men recht op maximaal 10 maanden WW-uitkering. Na 10 jaar komt er voor ieder jaar dat men werkt een halve maand uitkering bij. Werkt men bijvoorbeeld 16 jaar, dan heeft men recht op 10 x 1 maand + 6 x ½ maand = 13 maanden WW-uitkering. WW-rechten die men heeft opgebouwd voor 1 januari 2016, blijven tellen voor 1 maand.