Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers op grond van de Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl).

Het LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werknemers met een laag loon.

Het LIV geldt vanaf 1 januari 2017 en kan oplopen tot € 2.000 per werknemer per jaar.

Wanneer heeft u als werkgever recht op het lage-inkomensvoordeel? Hiervoor gelden enkele voorwaarden:

  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder.
  • De werknemer heeft ten minste 1.248 verloonde uren per kalenderjaar.
  • De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Het lage-inkomensvoordeel kan oplopen tot € 2.000 per werknemer per jaar. Wanneer u als werkgever aan de voorwaarden voldoet, dan wordt het voordeel voor 2018 automatisch door de Belastingdienst in 2019 aan u overgemaakt. Wat u hiervoor moet doen is ervoor te zorgen dat u de loonaangifte 2018 goed invult. Let u er dan vooral op dat u de 'verloonde uren' correct invult.

Wanneer een medewerker nog geen 22 jaar is, kunt u mogelijk toch in aanmerking komen voor het LIV. Het gemiddelde uurloon van deze werknemer moet dan tussen de 100 en 125% van het wettelijk minimumloon voor een 22 jarige of oudere bedragen.

Wat zijn verloonde uren precies?

Verloonde uren zijn de uren waarover u loon betaalt. Dit zijn dus:

  • de contracturen, dat wil zeggen de uren die u met de werknemer bent overeengekomen
    Daaronder vallen ook niet-gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren. Bijvoorbeeld verlof of ziekte.
  • de uitbetaalde extra uren die een werknemer werkt, zoals uitbetaalde overuren
    Daaronder vallen ook niet-opgenomen, maar wel volledig uitbetaalde verlofuren.

Verloonde uren zijn niet:

  • niet-gewerkte onbetaalde uren, bijvoorbeeld onbetaald verlof.
  • wel gewerkte, maar onbetaalde uren, bijvoorbeeld adv-uren (arbeidsduurverkorting), of onbetaalde overwerkuren.

Meer informatie over verloonde uren vindt u terug op de In paragraaf 26.4 van het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst..

Hoeveel uw voordeel precies is, hangt af van het aantal verloonde uren van de werknemer en van zijn gemiddelde uurloon (dit is het jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren). Deze bedragen gelden vanaf 2018:

Gemiddeld uurloon over 2018 LIV per werknemer per verloond uur Maximale LIV per werknemer per jaar (bij een 38-urige werkweek)
€ 9,82 tot maximaal € 10,81 (100% - 110% van het WML) € 1,01

€ 2.000

€ 10,81 tot maximaal € 12,29 (110% - 125% van het WML) € 0,51 € 1.000

Voorbeeld

Een werknemer voor wie u recht hebt op het LIV, heeft in 2018 1.500 verloonde uren en een jaarloon van € 15.625. Zijn gemiddelde uurloon is dan € 10,42 (€ 15.625 : 1.500). Uw LIV voor deze werknemer is € 1.515 (1.500 x € 1,01).

Voor 2017 golden de volgende bedragen:

Gemiddeld uurloon over 2017                       LIV per werknemer per verloond uur Maximale LIV per werknemer per jaar (bij een 40-urige werkweek)

€ 9,66 tot maximaal  € 10,63 (100% - 110% van het WML)

€ 1,01

€ 2.000

€ 10,63 tot maximaal  € 12,08 (110% - 125% van het WML)

€ 0,51

€ 1.000

UWV beoordeelt op basis van uw aangiften voor welke werknemers u recht heeft op het lage-inkomensvoordeel.

Voorbeeld.

U neemt op 1 juli 2018 een werknemer in dienst voor de periode van één jaar, voor 40 uur per week met een gemiddelde uurloon dat valt binnen de bandtbreedte. U komt dan voor 2018 niet in aanmerking voor het LIV.

In 2018 worden namelijk maximaal 26 weken x 40 uur = 1.040 uur verloond en in 2019 wederom 26 weken x 40 uur = 1.040 uur. Als er in 2019 geen verlenging plaatsvindt, wordt er ook niet voldaan aan de ureneis en volgt er over dat jaar ook geen LIV. In beide kalenderjaren afzonderlijk worden namelijk niet 1.248 uren verloond.

Bij uitzendkrachten die variabele uren werken is het ook mogelijk om voor het LIV in aanmerking te komen. Als aan het einde van het kalenderjaar maar minimaal 1.248 uur is verloond en het jaarloon gedeeld door de verloonde uren valt binnen één van de bandbreedtes.

Waarom betaalt de Belastingdienst het lage-inkomsvoordeel over 2018 pas in 2019 uit?

  • Dit gebeurt als uit uw aangiften loonheffingen over 2018 blijkt dat u er recht op hebt.
  • Eerder betalen kan niet, want de Belastingdienst weet pas in 2019 hoeveel verloonde uren uw werknemer in 2018 had en wat zijn gemiddelde uurloon was.

Het uitbetalen gaat als volgt:

  1. U krijgt vóór 15 maart 2019 van UWV een voorlopige berekening van uw LIV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2018 die u tot en met 31 januari 2019 heeft gedaan.
  2. Bent u het niet eens met de berekening? Dan kunt u tot en met 1 mei 2019 correcties over 2018 sturen.
  3. De Belastingdienst stuurt u een definitieve vaststelling van uw LIV. Dat gebeurt vóór 1 augustus 2019, op basis van de gegevens die ze van UWV krijgt.
  4. Daarna betaalt men u binnen 6 weken na de datum op de definitieve vaststelling uw LIV uit, maar uiterlijk 12 september 2019.

Op de site van het ministerie van SZW vind u een regelhulp waarmee u een (proef)berekening kunt maken. Meer informatie over het LIV kunt u nalezen in hoofdstuk 26 van het Handboek Loonheffingen van de Belastindienst.