Over de uitzendbranche

De uitzendbranche is een grote branche. Jaarlijks zijn er 730.000 uitzendkrachten aan het werk via een uitzendbureau. Maar hoe werkt het nu precies in deze branche?

De uitzendbranche wordt geschat op ongeveer 14.000 ondernemingen. Van deze 14.000 ondernemingen hebben ruim 4.500 ondernemingen het SNA-keurmerk. Het keurmerk van de SNA (Stichting Normering Arbeid) is het keurmerk voor alle uitzendondernemingen en (onder)aannemers van werk. Het keurmerk is gebaseerd op NEN 4400-1 en NEN 4400-2.

Van de 4.500 gecertificeerde ondernemingen zijn ruim 1.700 ondernemingen lid van de branchevereniging ABU of NBBU.

De leden van de ABU en NBBU betalen ook aan de Stichting Fonds Uitzendbranche (SFU). Uit deze stichting zijn ook weer drie stichtingen opgericht:

  • STOOF (stichting Opleiding en Ontwikkeling Uitzendbranche)
  • STAF (Stichting Arbo Flexbranche)
  • SNCU (Stichting Naleving CAO Uitzendkrachten)

De uitzendbranche is ook een belangrijke branche voor UWV. 35% van de werkzoekenden die ingeschreven staan bij UWV en uitstroomt naar werk, vindt een baan via een uitzendbureau.

Hoe werkt de uitzendbranche?

Een uitzendbureau levert uitzendkrachten aan een opdrachtgever. De opdrachtgever wordt inlener genoemd. Het uitzendbureau blijft werkgever en betaalt de uitzendkracht uit. Daarnaast voert het uitzendbureau contractbesprekingen, verzuimgesprekken of opleidingsgesprekken met de uitzendkracht.

Fasensysteem

Uitzenders kennen een eigen fasensysteem als het gaat om contracten, in tegenstelling tot het ketensysteem van reguliere werkgevers. Hoe deze fasen precies lopen is afhankelijk van de CAO die wordt toegepast. De leden van de NBBU hanteren de CAO van de NBBU, terwijl de ABU-leden de CAO van de ABU toepassen. De uitzendbureaus die niet lid zijn van een brancheorganisatie passen de CAO van de ABU toe, omdat deze CAO algemeen verbindend is verklaard voor de branche.

De CAO van de ABU kent drie fasen:

Fase A (78 gewerkte weken):

Voor deze fase geldt het uitzendbeding. Dit betekent, dat indien de werkopdracht van een uitzendkracht afloopt door ziekte of opzegging vanuit de inlener, de uitzendkracht uit dienst is bij het uitzendbureau. Als de onderbreking tussen twee opdrachten langer duurt dan 26 weken, dan begint de uitzendkracht opnieuw in fase A. Is deze periode korter, dan tellen de weken door. In deze fase tellen niet gewerkte weken niet mee (bijvoorbeeld ziekte of vakantie).

Fase B (208 weken (vier jaar) in maximaal 6 contracten):

In deze fase komt de uitzendkracht op contract bij het uitzendbureau. Hoe lang de contracten zijn is vrij te bepalen. De uitzendkracht valt weer terug naar fase A bij een onderbreking van minimaal 26 weken.

Fase C: contract voor onbepaalde tijd.

De CAO van de NBBU kent vier fasen:

Fase 1 (26 gewerkte weken):

Fase 2 (52 gewerkte weken):

Fase 1 en 2 worden vaak aan elkaar gekoppeld. In beide fases kan het uitzendbeding gelden. Bij een onderbreking van 26 weken of langer, begint de telling opnieuw in fase 1. In deze fasen tellen niet gewerkte weken niet mee (bijvoorbeeld door ziekte of vakantie).

Fase 3 (208 weken (4 jaar) in maximaal 6 contracten):

Als de uitzendkracht 26 weken niet werkt voor het uitzendbureau en daarna weer begint, dan begint de telling van fase 1 weer opnieuw.

Fase 4: dit is een contract voor onbepaalde tijd.

Uiteraard gebeurt het ook dat een uitzendkracht niet alle fases doorloopt, omdat de inlener de uitzendkracht ook op contract kan nemen. 29% van alle uitzendkrachten vindt na een uitzendbaan een vaste baan.

Voor meer informatie over het scholingsfonds STOOF en de brancheverenigingen ABU en NBBU kunt u klikken op onderstaande links. STOOF heeft op haar website ook een handig overzicht geplaatst met het dienstenpalet voor zowel uitzendorganisaties als voor uitzendkrachten.